De Luchtoorlog 1940-45 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland het toneel van frequent overvliegende vliegtuigen. Bommenwerpers en gevechtsvliegtuigen op weg naar Duitsland en weer terug naar hun bases in Engeland. Maar ook Duitse bommenwerpers die naar en van hun doelen in Engeland vlogen.

Het was een dodelijk kat- en muisspel dat door de ontwikkeling van de techniek steeds geavanceerder werd. Het gevolg hiervan waren talloze gevechten tussen Duitse jagers en geallieerde bommenwerpers en jagers die ter bescherming meevlogen.

 In het voorjaar van 1940 werden de Britse bommenwerpers voornamelijk 's nachts in het Duitse luchtruim ingezet om te bombarderen. Het doel was het vernietigen van militaire installaties en belangrijke infrastructuur. Later in de oorlog kregen zij steun van de Amerikaanse luchtmacht. Ter verdediging maakten de Duitsers gebruik van vliegvelden met (nacht-)jagers, luchtafweerbatterijen, zoeklichten en radarstations.

Naarmate de oorlog vorderde, moesten ook de steden het ontgelden. Niet alleen militairen, maar ook burgers liepen nu het risico om slachtoffer te worden van de bombardementen.

 



Top